Open Badges Metadata Extensies

De afspraak Metadatamodel Edubadges is een praktische uitwerking van het metadata-schema van de SURF dienst Edubadges. Het mapping document beschrijft welke gegevens (metadata) worden gebruikt en vastgelegd bij de dienst Edubadges en beschrijft het data-formaat, semantiek en syntax van de begrippen Issuer, Badgeclass, Assertion.

Deze begrippen worden hieronder uitgelegd:

Issuer: Een issuer (uitgever) is een organisatie, afdeling of persoon die verantwoordelijk is voor het uitgeven van Edubadges. In de praktijk maken alleen Nederlandse hoger onderwijsinstellingen (zowel MBO, HBO als WO) gebruik van de dienst Edubadges.

Badgeclass: De badge class is een template waarin de issuer (uitgever) beschrijft wat de Edubadge behelst; denk hierbij aan de naam van de cursus, opleiding of vaardigheid, de beoordelingscriteria (waaraan moet de lerende voldoen om de edubadge te ontvangen?), informatie over de issuer, de waarde van de Edubadge en eventueel standaarden of afspraken.

Assertion: Een assertion kan gedefinieerd worden als de Edubadge die een ontvanger ontvangt. Een assertion is uniek, bevat informatie over de uitgever en de houder van de Edubadge en heeft een URL (assertion URL) die gebruikt wordt om de Edubadge te kunnen valideren.

Het Metadatamodel Edubadges is een superset van de Open Badges V2.1 standaard. De Open Badges Standaard ondersteund het toevoegen van zogenaamde extensions (extensies) aan het bestaande metadatamodel. Extensies zijn een middel voor aanbieders om extra functionaliteit toe te voegen door het gebruik van extra metadata op de Badge Objecten die verder gaan dan wat de standaard zelf specificeert.

De huidige 17 metadata-extensies zijn door SURF toegevoegd aan het standaard Open Badges metadatamodel en geïmplementeerd in de dienst Edubadges en vormen het Metadatamodel Edubadges:

EntiteitMetadata Extensie


Issuer

1) Country/region of the issuer
2) InstitutionNameExtension
3) InstitutionIdentifierExtension
4) GradingTableExtension

Badgeclass

5) LanguageExtension
6) ECTSExtension
7) StudyLoadExtension
8) TimeInvestmentExtension
9) EQFExtension
10) LearningOutcomeExtension
11) EducationProgramIdentifierExtension
12) Form of participation in the learning activity
13) Type of assessment
14) Supervision and identity verification
15) Quality assurance of the credential
16) Integration/stackability options

Assertion

17) Grade achieved

Toelichting op de extra metadatavelden met voorbeelden

Metadata extensies voor de Issuer

1) Country/region of the issuer

In het voorstel van de EU moet iedere Microcredential een landcode van de uitgever (issuer) bevatten. Dit staat omschreven als "Country(ies)/Region(s) of the issuer" en is een verplicht veld, maar is verder niet gespecificeerd of toegelicht. 
Voorgesteld wordt om hiervoor de 2 letterige landcode te gebruiken volgens ISO 3166-1
Voorbeeld: NL

2) InstitutionNameExtension 

Omdat wij een issuer niet zien als een losse entiteit, maar onder een onderwijsinstelling (Institution) plaatsen, hebben we ook metadata elementen nodig om deze institutions te identificeren. 
Het metadataveld InstitutionNameExtension wordt gebruikt om de instellingsnaam vast te leggen. 
Voorbeeld: Erasmus Universiteit Rotterdam

3) InstitutionIdentifierExtension

Een uniek ID wat de instelling identificeert.
We gebruiken in Edubadges hiervoor het BRIN-nummer. 
De Basisregistratie Instellingen (BRIN) is een register dat door het Nederlandse Ministerie van OCW / DUO wordt uitgegeven en alle scholen en aanverwante instellingen bevat.
Voorbeeld: Instellingscode Hogeschool Rotterdam (Brin): 22OJ

4) GradingTableExtension

Verwijzing (URL) naar de beoordelingstabel (grading table) van de instelling.
Grading tables: de hogeronderwijsinstellingen lichten de nationale cijfersystematiek toe voor meer transparantie en begrip. De toelichting bestaat uit grading tables die inzicht geven in verschillende cijferculturen in cohorten, programma’s en faculteiten binnen een instelling en in cijferculturen tussen instituten en landen.
Zie ook: https://www.nuffic.nl/onderwerpen/netwerk/bologna-expertgroep
Voorbeeld: https://www.eur.nl/onderwijs/praktische-zaken/afstuderen/ects-grading-table

Metadata extenties voor de badgeclass 

5) LanguageExtension

Dit metadataveld geet aan in welke taal het onderwijs is gegeven.
De notatie volgt de ISO-3166-1 standaard
Voorbeeld: Language: "nl_NL"

6) ECTSExtension

ECTS staat voor 'European Credit Transfer and Accumulation System'. ECTS worden in Nederland uitgedrukt in studiepunten. Met studiepunten wordt aangegeven hoeveel tijd je kwijt bent aan een vak of opleiding. 1 ECTS staat voor 28 uur studeren.
Het begrip ECTS is afkomstig uit de Europese afspraak vanEuropese ministers van onderwijs die willen dat het hoger onderwijs van verschillende landen beter met elkaar te vergelijken is. Zo bevorderen ze de mobiliteit. Deze afspraken uit 1998 staan bekend als het Bolognaproces.
Minimale waarde: 0,5 ECTS. Maximale waarde: 240 ECTS
Voorbeeld: ECTS 2,5

7) StudyLoadExtension

MBO instellingen gebruiken ipv studiepunten of ECTS het begrip 'Studiebelastingsuren' (SBU) om aan te geven hoeveel tijd je kwijt bent aan een vak of opleiding.
Voorbeeld: Studiebelastingsuren 24

8) TimeInvestmentExtension

Tijdsinvestering in uren.
Waar de ECTSExtensie en StudyLoadExtensie gebruikt worden voor Edubadges die uitgegeven worden als onderdeel van een formeel curriculum, kan deze TimeInvestmentExtension metadata-extensie worden toegevoegd aan de badgeklasses voor extracurriculair onderwijs om de investering in uren aan te geven die de lerende moet investeren om deze Edubadge te kunnen verkrijgen.
Voorbeeld: TimeInvestment 36

9) EQFExtension

EQF staat voor European Qualifications Framework.
Geeft informatie over het niveau van de cursus of opleiding volgens International Standard Classification of Education (ISCED).
In Nederland wordt dit uitgedrukt in NLQF.
Zie ook: https://www.nlqf.nl/daarom-nlqf/nlqf-niveaus
Een EQF/NLQF bestaat uit een (heel) getal tussen 1 en 8
Voorbeeld: NLQF 7 

10) LearningOutcomeExtension

Beschrijft het leerresultaat of de leeruitkomt. De learning outcomes beschrijven wat een student weet, begrijpt en kan toepassen na het afronden van een leerperiode.
Ze staan vermeld in de course catalogue en op het diplomasupplement.
Voorbeeld: Na afronding van de cursus moet de student in staat zijn om het boekhoudkundige concept van inkomsten- en transactieboekhouding uit te leggen.

11) EducationProgramIdentifierExtension

Een identificatiecode die het onderwijsprogramma identificeert.
In Nederland is dit de ISAT-code van een opleiding.
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO) bevat gegevens over vroegere, huidige en toekomstige opleidingen.
Zie: https://duo.nl/zakelijk/hoger-onderwijs/studentenadministratie/opleidingsgegevens-in-croho/raadplegen-en-downloaden.jsp
Voorbeeld: Erasmus Universiteit Rotterdam
Onderwijs: Cultuurwetenschappen
ISAT-code: 56823

12) Form of participation in the learning activity

13) Type of assessment

14) Supervision and identity verification

15) Quality assurance of the credential

16) Integration/stackability options

Metadata extenties voor de assertion

17) Grade achieved


Zie voor een technische uitwerking van het Metadatamodel Edubadges: 3) Technische uitwerking van het Metadatamodel Edubadges









  • No labels