Meer informatie

Introductie

Onderstaand vind je een instructie die je helpt de metadatavelden van de dienst in te vullen conform de gemaakte afspraken binnen het kwaliteitskader microcredentials. Wanneer er binnen het kwaliteitskader afspraken zijn gemaakt gerelateerd aan een metadataveld van de dienst, vind je de teksten uit het kwaliteitskader die hierover gaan in cursief bovenaan de deze instructie van het bijbehorende metadataveld terug.



Kies bij het aanmaken van een nieuwe badge class voor het type "Microcredential." De metadatavelden passen zich nu automatisch aan. Ook is de aangemaakte badge class hierop te filteren en hierdoor beter herkenbaar en gemakkelijker terug te vinden binnen de dienst.


Om de herkenbaarheid van de uitgegeven microcredentials te verhogen voegen we altijd een herkenbaar visueel keurmerk toe in de afbeelding, op die manier blijft er ruimte voor de communicatieve waarde van de visual en huisstijl van de instelling.

Dit standaard toegevoegde element dienen de instellingen zelf aan te brengen, door deze PNG afbeelding in de rechter onderhoek aan hun visual toe te voegen. Zie het bovenstaande voorbeeld.

Om de herkenbaarheid van het watermerk te verhogen hebben we met elkaar afgesproken hiervoor dezelfde kleur te gebruiken als in te downloaden bestanden. De kleurcode is #312783

We hebben met elkaar afgesproken dat het watermerk in de onderste helft van de visual geplaatst wordt, bij voorkeur in de rechter onderhoek. 

Qua grootte van het watermerk kwamen we overeen dat deze vergelijkbaar is met de onderstaande afbeelding t.o.v. de visual en dus qua hoogte ongeveer 1/3 van de hoogte van de visual beslaat.

De bij deze instructie zijn PNG 'watermerk' bestanden aangeboden die zijn te downloaden. Vervolgens dient het watermerk op de eigen visual te worden geplakt voorafgaand aan het uploaden van de visual d.m.v. de knop 'upload afbeelding'. 
Dit zijn de 'watermerk'bestanden:


Tekst uit het kwaliteitskader van de pilot:

Voor het beschrijven van de inhoud van microcredentials nemen we het Europese kader over dat uitgaat van leerwegonafhankelijk geformuleerde learning outcomes. Learning outcomes kunnen in het Nederlands vertaald worden als leeruitkomsten en/of leerresultaten. De methodiek voor het formuleren van leeruitkomsten is aan de instelling.

In het kader van de Europese Bologna afspraken worden learning outcomes als volgt gedefinieerd: (Competences in Education an Recognition Project (CoRe), 2010, p.21 -22)

A learning outcome is a measurable result of a learning experience which allows us to ascertain to which extent / level / standard a competence had been formed of enhanced. Learning outcomes are not properties unique to each student, but statements which allow higher education institutions to measure whether students have developed their competences to the required level.

Learning outcomes describe what a learner is expected to know, understand and be able to demonstrate after successful completion of a process of learning. They are statements of concrete and verifiable signs that witness/certify how the planned competences, including the required levels of knowledge, are being developed or acquired.

Zoals hierboven beschreven hebben instellingen hebben de ruimte om een eigen methodiek te hanteren bij het beschrijven van de leerresulaten / leeruitkomsten.

Tekst uit het kwaliteitskader van de pilot:

Hiernaast hanteren instellingen de indicatoren van  EQF / NLQF om het niveau van de microcredential te duiden. De instelling dient dit zelf te kunnen verantwoorden.

We gaan hier uit van een indicatie van het niveau en geen formele vaststelling ervan, we gaan uit van het EQF (dat aan het NLQF aan gerelateerd is en dezelfde nummers hanteert). 

Tekst uit het kwaliteitskader van de pilot:

Het beschrijven van de studielast aan de hand van credits of studiebelastingsuren is breed toepasbaar voor zowel geaccrediteerd als accreditatiewaardig [1] aanbod. Dit bevordert de uitwisselbaarheid en verdient de voorkeur voor microcredentials.
Het verbinden van credits aan (de Europese normen voor) studiebelasting is voor deelnemers en werkgevers relevant zodat zij een inschatting kunnen maken van de mogelijke tijdsinvestering. Deze inschaling kan worden gebaseerd op de gemiddelde deelnemer zonder extra voorkennis.

Hier kan gekozen worden voor het ingeven in ECTS (voor de pilot is hierbij afgesproken dat microcredentials een studielast tussen de 3 en 30 ECTS hebben) of door op te drukken het ingeven in uren*.

*Welke opties wat dit betreft zichtbaar zijn is afhankelijk van of je instelling zich heeft aangemeld voor het uitgeven van formele (met ECTS) en/of non formele edubadges (in uren) of voor beiden.
Wij raden aan om als instelling beide soorten badges uit te kunnen geven zodat alle functionaliteiten werken, deze keuze is echter aan de instelling.

Bij het kiezen van het type microcredential wordt automatisch het kwaliteitsskader (in NL en ENG) via het gerelateerd onderwijskundig raamwerk aan de uitgegeven microcredentials verbonden. Op die manier is het direct duidelijk aan welke kwaliteitsafspraken deze microcredential voldoet, dit is belangrijk voor de onderlinge erkenning en maakt de microcredential gemakkelijker te herkennen binnen de dienst.

[1] Accreditatiewaardig aanbod gebruiken we als werkterm om aan te geven dat het aanbod vanuit het kwaliteitskader van de pilot aan de Europese ESG standaarden voor kwaliteitszorg voldoet maar nog buiten bestaande externe kwaliteitszorginstrumenten valt.



  • No labels